 |
|
 |

De pronk en praal van een wolmagnaat
Het zuivere water van de Wezer (Vesdre) en het ontbreken van iedere
dwang om zich an een gilde te binden had in de 18de eeuw talrijke
ambachtslieden in het gebied van Verviers gelokt. Kort voor de Franse
revolutie weken deze handwerksbedrijven na en na voor de inmiddels
belangrijker geworden fabrieken. De nieuwe grootindustriëlen gaven geen
opdrachten meer aan de kleine thuiswerkers van Hodimont, Ensival, Dison
of Eupen.
Zo groeide de grote marktplek uit tot een aanzienlijke stad, waar
landarbeiders in grote getalen toestroomden. In 1810 werkten 25.000
mensen bij 86 fabrikanten in Verviers. In deze tijd beleefde België ook
de snelle opkomst van het machinaal werk, een ontwikkeling die slechts
zijn weerga vindt in de grote industriële agglomeraties van
Noord-Engeland.
In 1785 vestigt zich een familie Peltzer afkomstig uit het Duitse
Rijnland in dit gonzende, nijverige dal. Samen met de Simonis en de
Biolley stegen de Peltzer al gauw op tot de baronnen van de wolstad.
Sinds 1895 verheft zich hun kasteel in de Rue Grétry temidden van een
heuvelachtig park in aangename omgeving verafgelegen van de dikke
rookwolken en de ongezonde lucht van de arbeiderswijken.
Sinds 1938, het jaar van het overlijden van de weduwe van de bouwheer,
beleefde dit grootse neogotische bouwwerk dat moeilijk te onderhouden
en te verwarmen was, tijden van zwijgen en was sinds 1971 zelfs geheel
onbewoond. George Peltzer gaf 1993 zijn inwilliging voor de opgave van
zijn bezit om zodoende een getuigenis van zijn familiegeschiedenis en
terzelfdertijd van het Waals kapitalisme te bewaren.
Jean en Renate Thomas, die een gerenommeerd restaurant genaamd ‚L‘Eau
Rouge‘ bedreven in Francorchamps, gaven aan dit in ieder opzicht
somptueus kasteel een nieuwe bestemming en door aan het rijke
succesverhaal van dit oord een gastronomisch tijdperk toe te voegen.
(Bron: Historique édité par le Guide Castella, Guide Universel des Châteaux du Benelux)
(Vertaling: Robert W. Maaswinkel) |
|
|